Strafrecht

Burgerinfiltrant ingevoerd als bijzondere opsporingsmethode

bijzondere opsporingsmethode

Bij de opening van het gerechtelijk jaar in september 2016 pleitte Brussels procureur-generaal Johan Delmulle ervoor om de figuur van de burgerinfiltrant in te zetten in de strijd tegen het terrorisme.

Volgens Delmulle is het zeer moeilijk politieagenten te laten infiltreren in het zeer gesloten en achterdochtige terrorischtische milieu en is dergelijke politie-infiltratie vaak te tijdrovend .

Aan die verzuchting schijnt nu  tegemoet gekomen te worden.Op 23 november 2017 heeft de ministerraad het wetsontwerp rond burgerinfiltranten goedgekeurd maar die regeling moet wel nog goedgekeurd worden door het parlement.

Er konden eerder reeds burgers worden ingezet bij politie-operaties.Het gaat dan om burger-deskundigen met een specifieke deskundigheid waarover de politiediensten zelf niet beschikken zoals bijvoorbeeld de bijstand van een kunstexpert.

Tevens kon de politie in het kader van de informantenwerking reeds contacten onderhouden met burgers die banden hebben met het criminele milieu met passieve informatievergaring als doel.

Van zodra een informant door de politie gestuurd wordt om misdrijven te plegen of deel uit te maken van een criminele organisatie is er sprake van infiltratie.

De burgerinfiltranten zullen worden ingezet in de strijd tegen terrorisme en georganiseerde misdaad door criminele organisaties waarbij ze in beperkte mate, als ze daarvoor toestemming krijgen van het parket, criminele feiten mogen plegen.

Het zal veelal gaan om mensen die al bepaalde banden hebben met het criminele milieu.

Volgens het wetsontwerp zullen de burgerinfiltranten permanent onder de controle staan van politie en gerecht.De Kamer van Inbeschuldigingstelling zal soms verplicht, soms facultatief kunnen toezien op eventuele onregelmatigheden. Controleambtenaren van de speciale eenheden zullen op hun beurt zien toe op de operatie op het veld.

Wij stellen ons bij dit alles toch wel de vraag of er in het kader van het strafonderzoek kan betrouwd worden op informatie afkomstig van personen die zelf in het criminele netwerk verweven zitten.

Het is niet uitgesloten dat de burgerinfiltrant bruikbare informatie zal doorsluizen naar het criminele milieu of zijn rol juist zal aanwenden om concurrentie uit te schakelen.

Daarnaast stelt zich de vraag of het wel verantwoord is om burgers , die niet specifiek werden opgeleid voor dit soort operaties, bloot te stellen aan zulke gevaren.

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *